Schaken in Maastricht gaat terug naar 1911

Bron: 75 jaar schaken in LIMBURG – Tekst: Frank Jansen

MSV op weg naar de Groote Bondswedstrijden te Valkenburg, 27 augustus 1930

Zoals bekend is de Maastrichtse Schaakvereniging MSV, opgericht in 1920, de oudste schaakvereniging van Limburg. Dat wil zeggen: de oudste nog bestaande vereniging. In de periode tussen 1911 en 1915 heeft er al een schaakclub bestaan in Maastricht. Deze club was aangesloten bij de Nederlandsche Schaakbond. In feite betrof het een rechtstreekse voorganger van MSV.

Een erelid van wat wel de Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging wordt genoemd is in de statuten van MSV óók opgenomen als erelid. Daarbij werden diverse leden van de Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging later lid van MSV. De voorganger van MSV is in zijn korte bestaan van drieënhalf jaar maar liefst vier keer van clublokaal veranderd.

Vermoedelijk is de club ter ziele gegaan in verband met de Eerste Wereldoorlog. Archiefmateriaal van de bewuste club is er niet. Er is alleen iets over terug te vinden in het oudste document van MSV, een schrift uit de periode 1920-1937. Dat schrift begint met de ‘ledenlijst van de Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging (1911-1915)’. Op die lijst staan elf namen, waarvan sommigen zonder voorletter. Het heeft er de schijn van dat deze namen zijn opgeschreven door iemand die zijn geheugen na vijf jaar eens wilde opfrissen. Sommige namen zijn verkeerd gespeld. Bovendien heeft de Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging veel meer dan elf leden gehad. Een en ander is op te maken uit de Schaakrubriek die vanaf januari 1912 iedere twee weken verscheen in de Limburger Koerier. Daarin is veel informatie terug te vinden over Limburgs allereerste schaakclub.

Op vrijdag 8 december 1911 meldde de Limburger Koerier dat die avond een groep schaakliefhebbers bijeen zou komen in de bovenzaal van Hotel Continental aan de Kleine Staat 20. Daags daarna kon de krant berichten dat tijdens de openingsvergadering was besloten tot oprichting van de Maastrichtsche Schaakvereeniging. Men zou voortaan iedere maandagavond schaken in de bovenzaal van Continental.

Aan de linkerzijde Hotel Continental, Kleine Staat 20

Bij de Nederlandsche Schaakbond waren op dat moment bijna vijftig verenigingen aangesloten, waarvan enkele in de overzeese koloniën. De Maastrichtsche Schaakvereeniging was de eerste Limburgse club die zich aansloot. In het bondsblad van februari 1912 (de Schaakbond werd toen overigens NSB genoemd, die afkorting was indertijd nog onschuldig) staat het bestuur van de Maastrichtsche Schaakvereeniging vermeld. Voorzitter Dr. A.H.E. Lahaye (1880) was civiel ingenieur en leraar aan de Hogere Burger School. Van vice-voorzitter J.H. Goud is alleen bekend dat hij indertijd woonde aan de Parallelweg 143 in Wyck. Hij was tevens corresponderend lid van de Schaakbond. Secretaris was F.J. van der Tak, een leraar aan de HBS. Penningmeester J.F.G. Swemle, van hem is alleen bekend dat hij aan het ‘Lage Kanaal’ woonde. J.L. Kersten was commissaris van de nieuwe vereniging. Deze Joseph Louis Kersten (1892-1938), omstreeks 1911 werkzaam als bankbeambte, is een van de steunpilaren van de club geworden.

Andere leden waren A. Hustinx van de Provinciale Griffie, de analist N. van der Gugten, A. Schoonlingen (een opzichter van de Staatsspoorwegen), de makelaar E. Hollman, de leraar A. Kooyman, de arts L. Nijst, advocaat A. Wijnans, kantoorbediende J. Gemmeke, kopergraveerder M. Hul, boekhouder C. Bekink, priester T. Kannegieter, verder J. Beckers, P. Huveneers, Dr. Frank en ene Niesten. Deze personen waren niet allemaal vanaf het begin lid, maar zijn tussen 1911 en 1915 kortere of langere tijd aangesloten geweest bij de club. Volgens de schaakrubriek in de Limburger Koerier zijn ook vrouwen lid geweest. Wat dat betreft is alleen de naam van mejuffrouw H. Hustinx een keer genoemd.

Op 9 februari 1912 verscheen voor het eerst de ‘Schaakrubriek’ in de Limburgse Koerier. Goud was de redacteur. In deze rubriek die de daarop volgende vijf jaar iedere twee weken zou verschijnen, stond altijd een schaakprobleem en een partij. Het schaakprobleem, meestal mat in twee, was soms overgenomen uit een ander blad, soms was het gecomponeerd door iemand van de Maastrichtsche Schaakvereeniging (J.L. Kersten, J. Gemmeke, M. Hul). De besproken partijen gingen vrijwel altijd tussen grootmeesters. Namen als Tarrasch, Marshall, Aljechin, Schlechter, Tartakower en Capablanca doken regelmatig op. Enkele keren werden partijen van Maastrichtenaren besproken.

Af en toe is de rubriek iets terug te vinden over de activiteiten van de Maastrichtsche Schaakvereeniging. Zo vernemen we dat de club reeds in maart 1912 verhuist naar de bovenzaal van de Momussociëteit aan het Vrijthof. De contributie van de club bedroeg een rijksdaalder. ln april had de club volgens het bondsblad 25 leden. Die speelden alleen een onderlinge competitie. De Maastrichtsche Schaakvereeniging nam niet deel aan een externe competitie. Geen wonder, want in heel Limburg was verder niet één schaakclub.

Wel heeft de club in haar korte bestaan twee keer een toernooi georganiseerd. Dat gebeurde voor het eerst op zondag 12 mei 1912 in de bovenzaal van de Momus. Het was een warme dag, vandaar dat de opkomst van 23 deelnemers ‘bevredigend’ werd genoemd. Inschrijving voor deze ‘propagandawedstrijd onder auspiciën van de NSB’ bedroeg een kwartje. Er werd gespeeld in drie klassen van verschillende speelsterkte. Wedstrijdleider J.H. Goud legde beslag op de eerste plaats in de eerste klasse. Aan de uitslagenlijst is te zien dat de meeste deelnemers uit Maastricht kwamen.

In september 1912 nam Goud afscheid van de club wegens verhuizing naar Utrecht. Hij kreeg een kristallen vaas aangeboden en werd benoemd tot erelid. Bij zijn afscheid gaf Goud een simultaan. Hij won acht partijen, speelde één keer remise en verloor één keer. De schaakrubriek in de Limburger Koerier werd voortaan verzorgd door J.L. Kersten, die tevens ‘corresponderend lid van den N.S.B. voor Limburg’ werd.

Pas in augustus 1913 wordt in de rubriek weer iets vernomen over de club. Men is van plan in september te starten met een ‘onderlingen winterwedstrijd’, waarbij kunstvoorwerpen als prijzen zullen worden uitgedeeld. Uit de volgende passage is op te maken dat de club in 1913 niet veel leden had. ‘Waarschijnlijk zullen de deelnemers in één groep ingedeeld worden en zal ieder tegen iedereen partij te spelen hebben. Om het verschil in speelsterkte op te heffen, zullen de spelers eener hoogere klasse aan hun tegenpartij pion en zet of zelfs een paard voorgeven.’ Een dergelijk systeem was indertijd courant. Zo heeft Goud in 1917 een tweekamp gespeeld tegen Dr. Olland, de beste schaker van Utrecht. Goud kreeg steeds een pion en een zet voorsprong maar verloor desondanks de match.

Op zondag 9 november 1913 hield de Maastrichtsche Schaakvereeniging voor de tweede keer een toernooi. Er werd gespeeld in vier klassen van aflopende speelsterkte. Deelname was aanzienlijk duurder dan bij het vorige toernooi. Bondsleden betaalden een gulden, niet-bondsleden een gulden vijftig. Iedere deelnemer speelde drie partijen, die maximaal tweeënhalf uur mochten duren. ‘Als prijzen worden voor elke groep uitgeloofd een zilveren bondsmedaille of kunstvoorwerp alsmede diploma voor den 1en prijswinnaar, een bronzen medaille of kunstvoorwerp voor den 2en prijswinnaar. Voor den best gespeelde partij wordt een verguld zilveren medaille uitgeloofd.’ Van de 32 personen die zich van tevoren hadden aangemeld kwamen er uiteindelijk slechts 19 opdagen. J.H. Goud won de eerste prijs in hoofdklasse A, wedstrijdleider J.L. Kersten won de eerste prijs in hoofdklasse B.

Daarna wordt het stil rond de Maastrichtsche Schaakvereeniging. De schaakrubriek meldt alleen nog drie verhuizingen. In januari 1914 verkast men naar Hotel L’Empereur, gelegen tegenover het in aanbouw zijnde station. Vier maanden later verplaatst de schaakclub haar activiteiten naar café-restaurant Du Casque aan het Vrijthof. In maart 1915 keert de club terug naar haar eerste onderkomen: Hotel Continental aan de Kleine Staat. Kersten gaat door met zijn schaakrubriek tot juli 1917, maar over de Maastrichtsche Schaakvereeniging wordt niets meer vernomen.

Aangezien het oudste document van MSV begint met de mededeling dat de Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging heeft bestaan tot 1915, lijkt het aannemelijk te veronderstellen dat de club is opgeheven in de zomer van dat jaar. Al kan naar de oorzaak slechts worden gegist, het ligt voor de hand dat de oorlogssituatie een rol heeft gespeeld. In 1915 was Kersten 23 jaar oud, voorzitter Lahaye was 34, J. Gemmeke was 31, A. Hustinx was 28. De club had jonge leden, dus zullen er een aantal onder de wapenen zijn geroepen. Wat Kersten betreft: Hij schreef op 6 juli 1917 voor de laatste keer een schaakrubriek in de Limburger Koerier. Daarna verdween de rubriek. Kersten vertrok op 12 oktober naar Danzig. Is hier het Poolse Gdansk bedoeld? Hoe het ook zij, op 10 februari 1919 keerde Kersten kortstondig terug in Maastricht. Op 12 augustus van dat jaar vertrok hij naar Amsterdam.

Er vanuit gaand dat de Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging in juli 1915 definitief haar activiteiten staakte, dan heeft het schaken in Maastricht precies vijf jaar stil gelegen. Op dinsdag 13 juli 1920 is in de Limburger Koerier het volgende te lezen: ‘Nu de wereldoorlog met zijn bruut geweld weder tot het verledene behoort, en de volkeren uit hun oorlogsroes zijn ontwaakt; nu de rede weder aan het woord is en het menschdom boven het materialisme van de oorlogsjaren tracht te verheffen, herleeft ook de belangstelling voor de schaakkunst. […] Ook in onze stad deed zich de invloed van deze gebeurtenissen gelden, en voelden de beoefenaars van het koningsspel behoefte om met elkander in contact te komen en eene vereeniging op te richten, welke zich ten doel stelt het schaakleven in Maastricht te bevorderen. Een voorloopige bespreking had zaterdag [10 juli] plaats in Hotel Continental, Kleine Staat, waarbij in beginsel tot oprichting van een schaakclub werd besloten. A.s. vrijdag 16 dezer zal te 8 ure in de bovenzaal van genoemd hotel de eerste speelavond gehouden worden. […] Aanmeldingen voor het lidmaatschap en voor het deelnemen […] zijn te richten aan den secretaris van het voorloopig bestuur, dhr. J.H. Briels, commies der posterijen en telegrafie, Tongerscheweg 44.’

In dit artikel wordt voor het eerst melding gemaakt van het bestaan van het huidige MSV. In het boekje dat in 1995 verscheen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van MSV staat vermeld dat de club tussen 1920 en 1960 speelde in Hotel de L’Univers aan de Kleine Staat. Uit bovenstaand artikel blijkt echter duidelijk dat MSV is begonnen in Continental, het onderkomen waar ook de voorganger actief was geweest. Hotel de l’Univers was aan de Kleine Staat 12, Hotel Continental vier deuren verderop, aan de Kleine Staat 20 (naast de Grand Bazaar, het huidige V&D). Continental is pas in 1936 gesloten. In het gebouw werd toen Het Kousenhuis geopend. Anno 2001 bestaat die winkel nog steeds. Dus wie de bakermat van het Limburgse schaken wil bezoeken: ga een kijkje nemen in Het Kousenhuis aan de Kleine Staat in Maastricht. Op de bovenetage van dat gebouw is het allemaal begonnen.

MSV werd in 1920 opgericht door J.H. Briels en F.J. van der Tak. Laatstgenoemde was ook lid geweest van de vroegere Maastrichtsche Schaakvereeniging. Van de voorganger zijn ook L. Nijst’ J. Gemmeke, A. Hustinx en N. van der Gugten vroeger of later toegetreden tot MSV. J.L. Kersten, die in 1919 was vertrokken naar Amsterdam, is nooit actief lid geweest van MSV. Wel gaf hij op 20 november 1920 een simultaan in de bovenzaal van de Momus. Alleen Dr. Bingen wist hem te verslaan. Verder waren er twee remises. Kersten staat vermeld als erelid van MSV. Al is niet bekend bij welke gelegenheid hij tot erelid is benoemd, het ligt voor de hand te veronderstellen dat dat op 20 november 1920 is gebeurd. Kersten heeft zijn erelidmaatschap ongetwijfeld gekregen vanwege zijn activiteiten voor de vroegere Maastrichtsche Schaakvereeniging en voor de periode van bijna vijf jaar waarin hij de rubriek in de Limburger Koerier verzorgde.

Resumerend: – MSV begon haar activiteiten in hetzelfde lokaal waar de (eerste) Maastrichtsche Schaakvereeniging vijf jaar eerder voor het laatst speelde, namelijk Hotel Continental aan de Kleine Staat 20. – Een van de oprichters van MSV, F. J. van der Tak, was oud-bestuurslid van de (eerste) Maastrichtsche Schaakvereeniging. – Twee leden van de (eerste) Maastrichtsche Schaakvereeniging zijn benoemd tot erelid van MSV, terwijl zij nooit actief zijn geweest voor MSV. – Minimaal vijf leden van de (eerste) Maastrichtsche Schaakvereeniging zijn ook actief lid geweest van MSV. – MSV betekent Maastrichtsche Schaakvereeniging, dezelfde naam als de voorganger.

Conclusie: In feite is het huidige MSV al op 8 december 1911 opgericht. De club heeft haar activiteiten (vermoedelijk wegens oorlogsomstandigheden) enige tijd moeten staken, maar is daarna gewoon voortgezet of heropgericht.

75 jaar Maastrichtse Schaak Vereniging

Bron: 75 jaar Maastrichtse Schaak Vereniging – Tekst: Jan Korsten

De schaakgeschiedenis in Limburg begint relatief laat ten opzichte van West- en Noord-Nederland. In 1911 ontstond de ‘Eerste Maastrichtsche Schaakvereeniging’, die in 1915 weer ter ziele ging. Op 12 juli 1920 richtten de heren Briels en Van der Tak de Maastrichtse Schaakvereniging MSV op met 10 leden, in november 1920 werd Dr. M.H. Bingen lid en sinds 1922 Dr. B. Vlekke en F. Courtens.

De eerste jaren speelde MSV interne competities en vriendschappelijke wedstrijden tegen andere clubs uit Aken en Luik; later tegen toen startende clubs uit Heerlen en Geleen. Als clublokaal fungeerde van 1920 tot 1960 de bovenzaal van ‘Hotel de l’Univers’ aan de Kleine Staat 12.

De gouden jaren : 1926-1946

Waren de eerste 4 jaar van MSV nog vooral intern en Euregionaal gericht, dan komt daarin verandering in 1924. De KNSB treft met de weinige toen al bestaande clubs voorbereidingen voor de instelling van de Limburgse Schaakbond (LSB, nu LiSB). welke door die clubs in 1927 wordt opgericht. Intern leidt dit bij MSV tot een reorganisatie: Bingen wordt voorzitter en Vlekke secretaris/wedstrijdleider. MSV telt 29 leden na de 1e simultaan van Dr. Euwe in 1925 bij MSV. In 1928 wordt Vlekke secretaris van de LSB, nadien voorzitter. Veel leden van MSV hebben in de loop der jaren de LSB middels bestuursfuncties geholpen met de provinciale uitbouw.

Zonder het werk van andere MSV-(bestuurs)-leden te bagatelliseren kan gesteld worden dat Bingen, Vlekke en Courtens een hoofdrol gespeeld hebben in deze periode. Dr. M.H. Bingen, huisarts, geboren in Maastricht, was tijdens zijn studie lid van de Amsterdamse Schaakvereniging ASV geweest en had daar Dr. Euwe leren kennen. Dr. B. Vlekke, geschiedenisleraar aan het Gymnasium, afkomstig uit Den Bosch, was, ook bij ASV, een sterke schaker. Beiden waren sterke bestuurders met elk een eigen inbreng.

Bingen, van huis uit bemiddeld, zorgde via Dr. Euwe ervoor dat er minstens eenmaal per jaar een wereldschaker naar Maastricht kwam voor een schaaksimultaan met vaak causerie vooraf en analyse achteraf. In een reeks jaren na 1926 kwamen naar Maastricht: wereldkampioen Dr. Aljechin, wereldkampioen Dr. Euwe (beiden meermalen), maar ook Dr. Tartakower, Rubinstein, Bogoljubow en Sultanbeieff.

Het wereldkampioenschap van Dr. Euwe in 1935 tegen Aljechin was een stimulans voor de schaaksport in Nederland en voor het ledenaantal van MSV (het zogenaamde Euwe-effect). In 1942 had MSV 79 leden, na aansluiting van ‘De Pion’ uit Wyck. MSV haalde zijn sportieve top in 1943 en 1944 met het kampioenschap van het district Zuid van de KNSB (en uiteraard het kampioenschap van Limburg). Door oorlogsomstandigheden konden de wedstrijden tegen o.a. ASV, kampioen van het district West, om het club-kampioenschap van Nederland, niet doorgaan.

Van grootmeestertoernooi naar explosie : 1945 – 1969

MSV had geen gelukkige hand met jubilea. Het 20-jarig bestaansfeest, gepland en voorbereid op 18 mei 1940, verviel door de Duitse inval op 10 mei. Het 25-jarig bestaansfeest in 1945 moest wegens de na-oorlogse chaos ‘bescheiden’ gevierd worden met het ‘Dr. Bingen-toernooi’ en weer een Euwe-simultaan. De ‘echte’ activiteiten werden uitgesteld naar 1946. Maar toen moest het dan ook groots aangepakt worden met een internationaal (grootmeester)schaaktoernooi.

Er werd gespeeld in twee groepen: de Meestergroep met in volgorde van de einduitslag als deelnemers: 1. Euwe 7½ (uit 9) 2/3. Devos (B) en Van Scheltinga, elk 5½; 4 t/m 6. Vinken, Prins, Alexander (GB), elk 5; 7. Sultanbeieff (B) 4½; 8/9. Dörner (Lux) en Vlagsma, elk 2½; 10. Wolthuis, 2; en een hoofdgroep met sterke Nederlandse (en de beste Limburgse) spelers.

Sportief en qua feest wordt het een succes, maar in financieel opzicht leidt het tot een fiasco met langdurige gevolgen voor MSV. In globale getallen (en met een factor 10 te vermenigvuldigen naar het prijspeil van 1995) was de situatie als volgt: MSV had een vermogen van fl.500,-. Het toernooi kostte netto fl.2500,-. Het tekort van fl.2000,- moest gedekt worden door de landelijker verkoop van 2000 toernooiboeken a fl.2,- per stuk (druk en auteurskosten van L. Prins bedroegen fl.1500,-). Edoch, er werden maar 860 stuks verkocht voor prijzen die zakten naar fl.1,25. Het tekort steeg tot ruim boven de fl.2000,-.

Th. van der Laan (penningmeester sinds 1929) bezwoer aan te blijven tot MSV uit de rode cijfers was. Ondanks allerlei acties en fl.800,- aan donaties van leden, duurde het acht jaar (1954) voordat Van der Laan kon opstappen. (hij werd daarna langdurig voorzitter). Ook bij deze reddingsactie speelde Ir. P. Knols, lid vanaf 1936, langdurig wedstrijdleider en bestuurslid, een belangrijke organisatorische en achter de schermen tevens financiële rol, tot zijn overlijden. Hij bleef tot 1986 (50 jaar lid) actief betrokken bij zijn MSV.

De financiële perikelen legden voor ca. 10 jaar een rem op extra activiteiten. MSV speelde inmiddels tweede klasse KNSB, maar de notulen gaan in de jaren ’50 een andere taal spreken. Wederopbouw na de oorlog, grotere uitgaansmogelijkheden en de opkomst van televisie (voetbal op de toenmalige woensdagclubavond) gaan een rol spelen.

De notulen worden steeds langer: de jaarlijkse bestuursverkiezingen blinken uit door beschaafde discussies over de geschiktheid van anderen voor bestuurswerk; klachten verschijnen over het niet op komen dagen bij de interne en vooral de externe wedstrijden van lagere teams. Tientallen jaren worden de vergaderingen, en dus de notulen, beheerst door meningsverschillen over de groepsindeling van de interne competitie, bepalend voor de opstelling van de externe teams. Al dan niet in enkele of dubbele groepscompetitie, al dan niet met versterkte promotie/degradatie, al dan niet Keizer-systeem.

Pittige discussies op ledenvergaderingen hoeven niet te wijzen op een mindere clubsfeer, maar cijfers zijn hier illustratief. In 1944 had MSV 80 leden en 6 tientallen in de LSB-competitie. Door een groot potentieel aan sterke spelers blijft MSV nog lang hoog spelen, maar in 1948 degradeert het eerste team na 7 jaar uit de hoofdklasse KNSB naar de hoogste klasse (nu promotieklasse) van de LSB (waarin ook het tweede team speelde). Er waren nog 3 competitie-tientallen, afnemend naar 2 in 1950.

MSV-I speelt met promotie en degradatie in de overgangsklasse LSB of de tweede klasse KNSB. Het ledenaantal schommelt tussen de 40 en 50. Ballotage ten spijt wordt de heer Alex Vinken, mijnwerker uit Spekholzerheide, in 1958, na een goed gesprek met Ir. Knols, eerste bordspeler van MSV. Vinken – hij speelde al mee in de Meestergroep van het internationale toernooi van MSV in 1946, was 20 keer kampioen van Limburg en waarschijnlijk Limburg sterkste speler ooit.

In 1959 promoveert MSV-I weer naar de tweede klasse KNSB. Euwe, Muhring en Vinken geven een simultaan. Vinken blijft spelen tot zijn afscheid in 1980. In 1975 en 1976 organiseert MSV de naar hem genoemde ‘Alex Vinken invitatietoernooien’. Naar hem genoemd in de internationale schaakliteratuur is het ‘Vinkensysteem’ : 1.e2-e4 / c7-c5 2.Pb1-c3 / … 3.f2-f4 / …

Was Ir. Knols de grote schaakorganisator van MSV in bijna een halve eeuw, dan was Alex Vinken ruim 20 jaar de schaaktechnische inspirator. Mede door zijn simultaanpartijen, zijn analyses en wedstrijdbesprekingen ontstond er een generatie MSV-schakers die tot op hoge leeftijd bleef spelen. Euwe vatte samen: ‘Als Vinken (onder betere materiële omstandigheden) in West-Nederland was geboren, dan was hij een wereldschaker geworden.’ MSV-er Lemmens, lang op de tweede plaats in Limburg, werd door Vinken afgehouden van het provinciaal kampioenschap.


In 1960, na 40 jaar, verhuist MSV van Hotel de l’Univers naar de Momus op het Vrijthof 8 en laat voor het eerst jeugdleden toe. MSV krijgt de eerste vrouwelijke bestuurs-secretaris Mevr. Els Everaers, die nadien tot 1979 voorzitter van MSV zal worden. De ballotage wordt opgeheven. MSV degradeert weer naar de overgangsklasse LSB.

In 1965 begint binnen MSV een discussie over de schaaktoekomst van de club, vooral op gang gebracht door bestuurslid/wedstrijdleider F. Engelhard. Gebiologeerd door de rijke schaakhistorie van MSV wilde Engelhard de club terugbrengen naar de landelijke toppositie van weleer. Zelf was hij als schaker sterk gegroeid bij MSV en hij zou Vinken opvolgen als kampioen van Limburg.

Zijn voorstel omvatte:
1. een bundeling van de sterkste schakers van Maastricht en omgeving in een topteam onder de naam ‘Verenigd Schaakgenootschap Maastricht’ (VSM).
2. de opbouw van een sterke jeugdafdeling als toekomstinvestering. Engelhard schonk als eerste systematisch aandacht aan de jeugd (theorie-avonden met 80-100 jongeren).
3. verbreding van de clubs in de ‘VSM-holding’ door actieve ledenwerving en begeleid door een clubblad ‘En Passant’.

Na een lange voorbereiding werd voor het clubjaar 1967-1968 de facto het VSM opgericht door MSV, het Vrolijke Paardje en de bedrijfsschaakclubs van PLEM en KNP. Het toen sterke Gronsveld haakte echter af, waardoor het 1e team van VSM bemand werd door alleen MSV-ers en dat was niet de bedoeling.

Veranderingsprocessen in een organisatie met een lang gekoesterde traditie zijn altijd erg moeilijk. In 1967-1968 ontstond het clubblad ‘En Passant’, kwam er een jeugdafdeling van ca. 20 leden en steeg het aantal leden van MSV van 53 naar 84. De sterke spelers van MSV (op 2 na) wilden terug naar de hun vertrouwde MSV-sfeer. Met het Vrolijke Paardje en KNP-schakers trad MSV in het najaar van 1968 uit het VSM. Goede bedoelingen waren gestrand op oprechte emoties.

Het clubblad ‘En Passant’ voor en na de boedelscheiding

Bij de boedelscheiding bleef de jeugd bij VSM, dat hun had aangeworven, maar ook veel jongere MSV-ers met twee sterke spelers, onder wie uiteraard VSM-voorzitter Engelhard. Plotseling had Maastricht twee in leeftijd onevenwichtig opgebouwde en voor die tijd relatief grote schaakclubs. De LSB handhaafde in een Salomons-oordeel beide clubs in de overgangsklasse, waaruit VSM dan ook direct degradeerde. Dat de visie van Engelhard juist was, leerde vervolgens de geschiedenis. Op termijn tot heden werd VSM onder zijn voorzitterschap met voorsprong de sterkste en meest prestatiegerichte club van Maastricht. Bij dit 75-jarig jubileum herdenkt MSV de oud-leden die veel bijgedragen hebben aan de Maastrichtse schaakgeschiedenis. F. Engelhard hoort, op geheel eigen wijze, bij deze ere-groep.

MSV ging verder met ca. 40 leden, onder voorzitterschap van de heer Neuss Sr. en met zoon Frans als enig jeugdlid. Neuss Sr. werd na een lange periode van inzet voor MSV erelid. Zoon Frans stapte na verloop van tijd over naar het jongere VSM en is, anno 1995, reeds vele jaren voorzitter van VSM.

Van prestatie naar recreatie : 1970 – 1980

In de periode 1970-1980 schommelt het ledenaantal rond de 35-40, maar deze kleinere kern heeft als erfenis vam het oude MSV een hoog schaakniveau. Prestatieschaak extern, maar ook intern staat prestatie voorop in clubhuis Hotel Dominicain op de hoek van het Vrijthof en de Helmstraat. Het 1e team draait om Vinken, Rathenau, Van Beurden Sr., Nicolaes, Jaegers, Eymael, Pleumeekers en van Tienhoven en speelt wisselend in de overgangsklasse (nu promotieklasse) en hoog in de 1e klasse van de LiSB. In 1977 promoveert MSV weer eens naar de promotieklasse met het enige team dat extern speelt. In 1980 promoveert het 2e team naar de 1e klasse en wint de huldigingswedstrijd van MSV-I, dat ook in de 1e klasse speelt.

In 1970 wordt het 50-jarig jubileum, gelet op de voorafgaande perikelen, alleen intern met een mooi schaakfeest gevierd in Dominicain. In dat jaar verschijnt ook het MSV-blad dat pas bij de reorganisatie van 1980 zijn huidige formaat, opzet en naam ‘De Kiebitz’ krijgt.

Alex Vinken invitatietoernooi met van links naar rechts: de heren Neuss Sr., Jaegers, Knols Sr., Alex Vinken, Neuss Jr., Hovens, Janssen en mevr. Everaers

In deze periode moet zeker genoemd worden:
– Het einde (in 1971) van het jaarlijks door het warenhuis V&D gesponsorde simultaan-toernooi in de kantine van De Limburger en in de Redoute. Ook V&D schreef 13 jaar schaakgeschiedenis in Maastricht door het MSV (en de laatste jaren MSV, VSM en LiSB) mogelijk te maken om de sterkst mogelijke simultaanseances te organiseren. Bekende simultaangevers waren o.a. Bronstein, Botwinnik, Keres, Kortchnoi, Hübner, Donner, Hartog, Gligoric, Ree, Ljubojevic, Van der Sterren en uiteraard Dr. Euwe, bijna 50 jaar na zijn eerste MSV-simultaan in Maastricht!
– In 1974 en 1975 organiseert MSV ‘honoris causa’ het 1e en 2e Alex Vinken invitatie-toernooi met deelname van Alex zelf.
– In 1972 en in 1976 zijn er fusiebesprekingen tussen MSV en VSM, successievelijk door VSM en MSV afgebroken onder het motto: ‘Old soldiers never die, they just fade away’.

Omschakeling naar recreatie als hoofddoel : 1980 – 1995

Hoewel MSV in 1982 voor de laatste keer promoveert naar de promotieklasse (en direct daarna weer degradeert) verzwakt MSV geleidelijk door het wegvallen van veel oudere maar sterke spelers. Gelet op hun leeftijd namen de ere-leden Ir. Knols, de langdurige voorzitter mevr. Everaers, en Alex vinken afscheid als spelend lid (Alex Vinken overlijdt in 1983; twee jaar na de door hem bewonderde Dr. Euwe).

MSV speelt inmiddels in ‘De Keigel’ aan de Brusselse Straat 74 en heeft onder een nieuw bestuur, in 1980, 43 leden. 60 jaar na de oprichting besluit MSV tot de instelling van een zelfstandige jeugdafdeling, spelend op zondagmiddag op Daalhof. Als bestuurslid jeugdzaken komt W. Wijsen, en N. Hougardy wordt een bevlogen jeugdleider. In 1982 heeft de jeugdafdeling 40 leden met een eigen clubblad naast De Kiebitz en een eigen budget. In 1983 verhuist MSV naar het Atrium op Daalhof aan de Aureliushof 160 als clublokaal.

Clublokaal MSV in het Atrium op Daalhof

Rond 1984/1985 streeft MSV naar uitbreiding (voorzitter Walravens, secretaris Gunther en jeugdleider Hougardy) en bereikt een ledenaantal van ca. 100, met 4 LiSB-teams. Door het verder wegvallen van sterke ouderen gaat deze uitbreiding gepaard met een langzame daling van het externe speelpeil qua klasse van de LiSB.

De senior-afdeling van MSV, inmiddels voorstander van primair recreatie-schaak, botst met de zelfstandig opererende jeugdafdeling die prestatief ingesteld is. Bij dit verschil van inzicht stapt jeugdleider Hougardy met de jeugdafdeling over naar VSM per 1 april 1986.

Desondanks gaat onder voorzitter Wijsen, met de motor Gunther, de groei door om in 1987 het clubrecord van 130 leden te bereiken. MSV is dan een goed geoutilleerde recreatie-vereniging geworden met weer een nieuwe jeugdafdeling van 56 leden op vrijdagavond, vooral opgebouwd door jeugdleider Pereboom. Pereboom krijgt voor deze zware klus te weinig steun van de senioren en stapt op, nadat ook Gunther door zijn werkdrukte moest opzeggen.

Vanaf 1988 gaan de ledenaantallen weer dalen. MSV houdt onder voorzitter/jeugdleider Wijsen nog een kleine maar goede jeugdafdeling. Na een kort verblijf in de ‘Campagne’ betrekt MSV, onder een nieuw bestuur in 1991 zijn ‘definitieve’ schaakaccomodatie in buurthuis ”t ‘Förtsje’ in Belfort. Enkele goede jeugdspelers gaan, gelet op hun schaakontwikkeling, in goed overleg over van VSM en MSV heft de jeugdafdeling op.

In het jubileumjaar 1995 is MSV primair een gezellige recreatie-vereniging met een goede sfeer, waar veel thuisschakers aansluiting vinden. MSV-I is een middenmoot in de 2e klasse en MSV-II in de 3e klasse LiSB. Het ledenaantal bedraagt ca. 50 senioren, waarbij er 2 wat jong zijn.

In zijn door generaties van leden gekozen ereleden: Bingen, Vlekke, Courtens, Kersten, Briels, v.d. Tak, Goud, Vierdag, v/d Eerden, Jaegers, van der Laan, Vinken, Everaers, Neuss Sr., Knols, Walravens, Gunther en Nicolaes herdenkt MSV de bestuursleden, wedstrijd-leiders, trainers, redacteuren, leden en donateurs, kortom allen die met hun inzet deze 75-jarige MSV-geschiedenis hebben geschreven.

Maastricht, 12 juli 1995
Het bestuur van MSV

Scroll naar top